Makkelijk Nederlands
met JoJo
Flashcards

Episode 26

Sport

A1–A219 Apr 20269 min

We praten over sport. Voetbal, het WK, tennis en tafeltennis, en mijn droom om als jongen proftennisser te worden. Want blijven dromen is belangrijk.

Sports in easy Dutch: football, tennis and following your dreams.

Transcript

Hey, welkom bij een nieuwe aflevering van Makkelijk Nederlands met JoJo. Vandaag is het zondag.

Het is zondag 19 april. Buiten is het windstil.

Er staat helemaal geen wind. Het is kalm en rustig.

Heerlijk. Hoe gaat het met jullie?

Gaat het goed? Ik hoop dat het goed gaat met jullie.

Met mij gaat het goed. Met mij gaat het uitstekend.

Het gaat uitstekend. Vandaag wil ik samen met jullie praten over sporten.

Sporten. Sports in English.

Zijn jullie er klaar voor? Oké, daar gaat hij dan.

Sporten. Sport jij?

Do you play sports? Hou jij van sport?

En van welke sport hou jij dan? Sporten is goed voor je.

Sport maar lekker veel. Er zijn heel veel verschillende soorten sport.

De bekendste sport ter wereld is denk ik voetbal. Wat een verrassing.

What a surprise. Wat een verrassing.

Voetbal is de bekendste en grootste sport ter wereld.

Hm. Hou jij van voetbal?

Speel jij zelf misschien voetbal? Of kijk jij graag naar voetbal?

Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik zelf niet zo geïnteresseerd ben in voetbal. Ik moet eigenlijk toegeven dat ik er helemaal niets om geef.

I have to admit that I don't really care about football. Sorry.

Maar wanneer de wereldkampioenschappen worden gehouden, vind ik het wel leuk om mee te kijken en te juichen, maar verder eigenlijk niet. Kennen jullie dat?

Het WK. Het WK.

Het wereldkampioenschap.

In juni start het WK. In juni gaat het WK van start.

Ga jij kijken naar het WK? En voor welk land ben jij dan?

Which country will you support?

Ik ben benieuwd voor welk land jij bent. Laat het mij maar weten.

Hm. Goed, genoeg over voetbal.

Even denken. Welke sport is er nog meer populair?

Zijn er nog meer sporten die populair zijn? Ja, er zijn heel veel populaire sporten.

Tennis. Tennis misschien.

Ja, tennis is ook erg populair.

Ikzelf heb vroeger veel tennis gespeeld. Niet alleen tennis, maar ook tafeltennis.

Table tennis, of pingpong. Pingpong.

Megacool.

Ik kijk graag naar een spannende tenniswedstrijd. Ik kan daar echt van genieten.

Sommige mensen genieten van voetbal en sommige mensen genieten van tennis. Hm.

Ik heb nog een vraag voor jou. Heb jij weleens gedroomd van een professionele sportcarrière?

Heb jij weleens de droom gehad om een professionele sporter te worden?

Toen ik ongeveer 11 jaar oud was, wilde ik proftennisser worden. Proftennisser.

Ik was een jongen met een droom. Ja, ik had een droom.

Ik wilde tennis spelen op het hoogste niveau. Net zo hoog als Roger Federer.

Roger of Nadal. Ik droom nog steeds, trouwens.

Ik ben 31 jaar oud en ik droom nog iedere dag.

Het is belangrijk om te blijven dromen, lieve mensen. Bijvoorbeeld dromen over waar je naartoe wilt in je leven, wat je wilt worden in je leven.

Wat wil jij bereiken? Blijf alsjeblieft dromen.

Altijd blijven dromen. Goed, dit was een kort stukje over sport.

Ik ga ontbijten. I am going to have breakfast.

En na het ontbijt, after breakfast, na het ontbijt ga ik samen met Marijke naar Högsby. Een dorpje in het zuiden van Zweden.

Högsby is een dorpje in het zuiden van Zweden.

Onze vrienden wonen daar. Wij gaan op bezoek bij onze vrienden.

Wij gaan op visite. We moeten best een eindje rijden met de auto.

Ongeveer 60 à 70 kilometer, ongeveer. Maar dat doen we lekker rustig aan.

We gaan op het gemakje. Op het dooie gemakje.

Het is tenslotte zondag. Het is zondag en op zondag doen wij alles lekker rustig aan, lekker relaxed.

Wat ga jij doen vandaag?

Ben jij vrij vandaag? Heb jij weekend of ben je hard aan het werk?

Misschien werk jij wel gewoon vandaag.

Wat dat ook mag zijn, ik wens jou een hele goede dag vandaag. Bedankt dat je weer hebt geluisterd naar Makkelijk Nederlands met JoJo.

Morgen start er een nieuwe week, op maandag. Er start een nieuwe week met nieuwe kansen.

Goed, ik ga ervandoor. Ik piep er even tussenuit.

Wij spreken elkaar donderdag weer. Tot snel.